Diagnostiek

Voordat we een probleem gaan behandelen, moeten we eerst onderzoeken om welk specifiek probleem het gaat. We beginnen altijd met een lichamelijk onderzoek, waarbij we onder andere even luisteren naar het hart en de longen van uw dier, kijken naar de oortjes en oogjes enzovoort. Als we na dit onderzoek nog niet precies weten wat het probleem is, beschikken we over verschillende hulpmiddelen om het probleem op te sporen. Door een snelle diagnose kunnen we de juiste behandeling inzetten. Hieronder staan de belangrijkste diagnostische mogelijkheden vermeld die wij zoal uitvoeren.
 

Radiografisch onderzoek

Bij ons is er de mogelijkheid om röntgenfoto’s te maken. Bij röntgenfoto’s wordt er gebruik gemaakt van straling, die door het lichaam gedeeltelijk wordt tegengehouden. Doordat er in het lichaam verschillende structuren zitten, bijvoorbeeld botten en organen, worden de stralen op sommige plaatsen meer tegengehouden dan op andere plaatsen. Hierdoor ontstaat er een zwart-witbeeld.
Met behulp van deze foto’s kunnen we bijvoorbeeld botbreuken zien of vergrotingen van organen in beeld brengen.

Bij Lintjeshof maken we gebruik van digitale röntgen. Hierdoor kunnen we de beelden direct op de computer bekijken en sneller een diagnose stellen en behandeling opstarten.
 

Laboratorium

Soms is het soms nodig om cellen van dichterbij te bekijken en hiervoor kunnen we gebruik maken van een microscopisch onderzoek. Verschillende parasieten, kleine beestjes zoals vlooien, mijten en luizen, zijn soms met het blote oog niet goed te zien, maar kunnen we bij een vergroting wel duidelijk zien.

Ook kan het soms nodig zijn om huidcellen of bloedcellen van dichtbij te bekijken. Met behulp van dit microscopisch onderzoek kunnen we soms al vrij snel een diagnose stellen.
 

Bloedonderzoek

Soms voelt een dier zich niet goed of merkt een eigenaar verschillende klachten op. Het kan dan soms aangewezen zijn om een bloedonderzoek uit te voeren. Bepaalde bloedtesten kunnen we zelf uitvoeren, maar voor andere waarden moeten we het bloed opsturen en hebben we binnen 1 of 2 dagen de uitslag.
Met zo’n bloedonderzoek kunnen we dus snel te weten komen of een dier bijvoorbeeld lijdt aan suikerziekte, bloedarmoede of dat er ergens in het lichaam een ontsteking gaande is.
Het meest frequent voeren we een bloedonderzoek uit bij zieke patiënten, senioren, patiënten die langdurig medicijnen gebruiken, voor het uitvoeren van een narcose of voor de bepaling van rabiësantistoffen.
 

Urineonderzoek

Een urineonderzoek is ook een onderzoek dat snel uitgevoerd kan worden. Dit is een goede manier om bijvoorbeeld een blaasontsteking vast te stellen. Ook kan het urine ons wat vertellen over de werking van de nieren.

Als u een urineonderzoek van uw dier wilt laten uitvoeren, is het belangrijk dat de urine zo ‘schoon’ mogelijk wordt opgevangen. Hiervoor kan bijvoorbeeld een schaaltje of een glazen potje (dat van tevoren goed is afgewassen) gebruikt worden. Verder is het belangrijk dat de urine zo snel mogelijk bij ons afgegeven wordt. Indien het niet mogelijk is om de urine binnen 2 uur af te geven bij onze praktijk, kunt u de urine het beste bewaren in de koelkast.

Bij het urineonderzoek kunnen we opgesomde volgende dingen aantonen:

  • Aanwezigheid glucose: dit kan wijzen op suikerziekte
  • Hoeveelheid eiwit: dit kan wijzen op een nier- of blaasprobleem.
  • Witte bloedcellen: kunnen aanwezig zijn bij een ontsteking.
  • Rode bloedcellen: kan wijzen op een ontsteking of defecten aan de urinewegen.
  • Gruis: dit kan aanwijzing geven voor een blaasontsteking of een stofwisselingsprobleem.
  • Soortelijk gewicht: dit is het concentrerend vermogen van de nieren. Als er slechter geconcentreerd wordt, is de urine lichter van kleur. Dit kan ontstaan als uw dier veel drinkt of als onder andere de nieren niet goed functioneren.

 

Ontlastingsonderzoek

Heeft uw dier last van diarree? Of bent u gewoon benieuwd of de ontwormingskuur zijn werk wel heeft gedaan? Dan is een ontlastingsonderzoek het aangewezen onderzoek. Bij dit onderzoek kunnen we wormen of wormeitjes opsporen. Echter, het zijn niet alleen wormen die diarree kunnen veroorzaken. Ook kunnen virussen of ééncellige parasieten aan de oorzaak liggen.

Soms is het bij het ontlastingsonderzoek aangewezen om met de microscoop te kijken. In andere gevallen maken we gebruik van zogenaamde SNAP-testen, die aangeven of een specifieke parasiet of een specifiek virus wel of niet aanwezig is.
 

Bacteriologisch onderzoek

Lintjeshof kan in het eigen laboratorium bacteriologisch onderzoek verrichten. Bij huidinfectie, urineweginfectie en oorproblemen kunnen bacteriën gekweekt worden. Het voordeel van een eigen laboratorium is dat er sneller vastgesteld kan worden welke bacterie een rol speelt en voor welk antibioticum deze gevoelig is. Hiermee voorkomen we het oneigenlijke of verkeerde gebruik van antibiotica (resistentie) en realiseren we een snellere genezing bij een infectie.
 

Echo

Echografie kan een belangrijk hulpmiddel zijn bij de diagnostiek. Echografie is vooral belangrijk voor het bekijken van organen, de weke delen. In tegenstelling tot de röntgenfoto die een momentopname is, toont de echo bewegende delen. Met de echo kunnen we ook drachtigheid vaststellen.
 

ECG (hartfilmpje)

Een hartfilmpje of ECG wordt gemaakt als er redenen zijn om aan te nemen dat uw hond een afwijking aan het hart heeft. Voor het aantonen van een hartprobleem moet er ook nog een röntgenfoto of een echo gemaakt worden.

Het ECG toont de elektrische prikkelgeleiding van het hart. Bij hartafwijkingen zoals klepdefecten en hartspierafwijkingen, gaat er vaak ook iets fout bij deze prikkelgeleiding. Met het hartfilmpje kunnen we bijvoorbeeld ook onderscheid maken tussen verschillende hartritmestoornissen.
 

Biopsie (weefselonderzoek)

Bij verdenking van een tumor kunnen we weefsel afnemen voor nader onderzoek. Dit gebeurt via een naald of via het wegnemen van grotere stukken weefsel, soms zelfs het volledige gezwel. Zo kan duidelijkheid verkregen worden over het al dan niet tumoreus zijn, het soort tumor en de goed- of kwaadaardigheid.